Geachte bezoeker
Wij willen graag weten wat u van onze website vindt. Wilt u meewerken aan een kort onderzoek? Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 2 minuten.
Een vriendelijke groet,
CBO
Handleiding EBRO6. Schrijven van tekstenOp deze pagina vindt u de volgende items: 6. Schrijven van teksten 6.1. Samenvatting van de literatuur 6.2. Conclusie(s) 6.3. Overige overwegingen 6.4. Aanbeveling(en) 6.5. Gebrek aan consensus binnen de werkgroep 6.6. Redactie conceptrichtlijn 6. Schrijven van teksten Het CBO hanteert een standaardformat voor richtlijnteksten. Op deze manier zijn de teksten die worden geschreven door verschillende werkgroepleden uniform. Met het format wordt beoogd het evidence-based karakter van de richtlijn goed tot zijn recht te laten komen. Het format is als volgt opgebouwd: - uitgangsvraag; - samenvatting van de literatuur; - conclusie(s) met niveau van bewijs en vermelding van geclassificeerde studies; - overige overwegingen; - aanbeveling(en); - alfabetische literatuurlijst (volgens de Vancouvermethode, zie bijlage H.). Binnen een hoofdstuk kunnen meerdere uitgangsvragen worden behandeld. De richtlijntekst wordt geschreven door de adviseur en de werkgroep. De adviseur schrijft de samenvatting van de literatuur (met evidence tabel, die in de bijlage van de richtlijn wordt opgenomen). De conclusie wordt door de adviseur en de werkgroepleden gezamenlijk geschreven. Meestal doet de adviseur hiervoor een voorstel. De overige overwegingen en de aanbevelingen worden door de werkgroepleden geformuleerd. In de volgende paragrafen zal elke stap uit het format kort worden besproken. De formulering van de uitgangsvragen is reeds eerder in deze handleiding aan de orde geweest. 6.1. Samenvatting van de literatuur Onder het kopje ‘samenvatting van de literatuur’ wordt een korte samenvatting gegeven van de geselecteerde en beoordeelde medisch wetenschappelijke literatuur (de ‘evidence’). Belangrijk is dat niet alleen de resultaten zoals die in de artikelen zijn beschreven, worden vermeld, maar dat ook de grootte en relevantie van het effect (bijvoorbeeld uitgedrukt in numbers needed to treat) worden besproken. 6.2. Conclusie(s) Op basis van de beschikbare literatuur worden een of meerdere conclusies geformuleerd. De gebruikte literatuur in de conclusies wordt gegradeerd naar de mate van bewijs volgens de indeling in tabel 5.1. Op basis van het aantal onderzoeken en de mate van bewijs wordt een niveau van bewijskracht toegekend aan de conclusie (zie tabel 6.1). Tabel 6.1. Niveau van bewijskracht van de conclusie op basis van het aan de conclusie ten grondslag liggend bewijs
Soms gebeurt het dat er, ondanks een uitgebreide literatuursearch, geen geschikte literatuur wordt gevonden om de uitgangsvraag te beantwoorden. Dit dient dan in de wetenschappelijke onderbouwing te worden beschreven. Ook in de conclusie kan het gebrek aan bewijs worden verwoord. Daarnaast kan het gebeuren dat er tegenstrijdig bewijs wordt gevonden. Dan is de kwaliteitsbeoordeling van de literatuur extra belangrijk. Ook dit dient transparant te worden gemaakt in de paragraaf ‘samenvatting van de literatuur’ en de conclusie. Zie voor voorbeelden van conclusies bijlage I. 6.3. Overige overwegingen Op basis van de conclusie(s) worden vervolgens aanbevelingen geformuleerd. Echter, naast de evidence uit de literatuur zijn er andere overwegingen die meespelen bij het formuleren van de aanbeveling. Deze zogeheten ‘overige overwegingen’ worden onder een apart kopje in het format vermeld. Op deze manier wordt duidelijk hoe de werkgroep tot een bepaalde aanbeveling is gekomen. Denk bij het formuleren van de overige overwegingen aan de volgende onderwerpen: - klinische relevantie (bijv. sterkte van het effect, consistentie van het bewijs, generaliseerbaarheid). Hierbij kan enige overlap optreden met de paragraaf ‘samenvatting van de literatuur’; - veiligheid (Bijv. bijwerkingen, risico’s of complicaties op korte en lange termijn); - patiëntenperspectief (bijv. behoeften van de patiënt, te verwachten compliance en tevredenheid); - professioneel perspectief (bijv. tijdbesparing of -verlies bij invoeren interventie, risico’s voor professional); - beschikbaarheid van voorzieningen (bijv. in apparatuur, ervaring en deskundigheid); - kosten(effectiviteit); - zorgorganisatie (bijv. verandering in zorgproces, infrastructuur, vergoeding door verzekeraars); - juridische consequenties; - ethische overwegingen; - industriële belangen (gesponsorde studies tonen vrijwel altijd positieve resultaten). Zie bijlage B voor een checklist voor de overige overwegingen. Zie bijlage I voor voorbeelden van overige overwegingen. 6.4. Aanbeveling(en) Veel richtlijngebruikers zullen vooral kijken naar de aanbevelingen in de richtlijn. Het is daarom van essentieel belang dat: - aanbevelingen de uitgangsvraag beantwoorden; - aanbevelingen op zichzelf staand gelezen kunnen worden; - aanbevelingen niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Aanbevelingen kunnen in medisch, maatschappelijk of juridisch opzicht een normatief karakter hebben. Dit hangt onder meer af van de gekozen formulering van de aanbevelingen. De bewoordingen van een aanbeveling dienen dan ook zorgvuldig te worden gekozen. De sterkte van een aanbeveling berust zowel op de overtuigingskracht van het verzamelde wetenschappelijke bewijs uit de literatuur als op de balans die de werkgroep opmaakt van een aantal andere overwegingen, zoals klinische relevantie, schade of bijwerkingen, de beschikbaarheid van voorzieningen, de kosten van zorg, de organisatie van zorg, patiëntenperspectief, professionele perspectief, medico-legale aspecten, ethische aspecten. In onderstaand schema wordt hiervoor ten behoeve van de leden van een richtlijnwerkgroep een aantal suggesties aangereikt. Tabel 6.2. Voorkeursformuleringen voor een aanbeveling De sterkte van een aanbeveling wordt vastgesteld op basis van een weging van het wetenschappelijk bewijs en overige overwegingen (klinische relevantie, bijwerkingen e.d.)
Zie voor voorbeelden van aanbevelingen bijlage I. 6.5. Gebrek aan consensus binnen de werkgroep Het is niet altijd mogelijk om consensus binnen de werkgroep te krijgen over alle aanbevelingen. Voorkom dat onzekerheid in de aanbeveling doorklinkt maar maak de verschillende standpunten expliciet. Geef de verschillende opties duidelijk weer. Eventueel kan een minderheidsstandpunt worden opgenomen. 6.6. Redactie conceptrichtlijn Discussie van richtlijnteksten in de werkgroep kan aanleiding zijn tot het inhoudelijk wijzigen van de tekst. Tijdens de vergadering wordt afgesproken wie deze wijzigingen in de tekst zal doorvoeren. Wanneer het richtlijnontwikkelproces vordert, worden de teksten samengevoegd tot een conceptrichtlijn. Een redactiecommissie (veelal bestaande uit de voorzitter, eventuele subgroepvoorzitters en de adviseur) redigeert deze conceptrichtlijn alvorens deze voor commentaar aan derden wordt aangeboden. © Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Handleiding voor werkgroepleden, november 2007 |
| Datum | Titel |
| 06 mrt 2012 | Startconferentie Gezondheid en Ouder wordende cliënt |
| 06 mrt 2012 | Werken met een individueel Zorgplan |
| 08 mrt 2012 | Verdiepingstraining groepsdynamica Gezamelijk Medisch Consult |
| 13 mrt 2012 | Richtlijnontwikkeling voor patiëntenvertegenwoordigers |
| 14 mrt 2012 | Evidence-Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO) |